27-02-26
De onderwaterwereld van Stadionpark
De uitbreiding van de vismotels in Stadionpark gaat maar door, nummer vier is op het Eiland van Brienenoord geplaatst! Mark van Heukelum is ecoloog en duikt graag in de onderwaterwereld. Zijn missie is om die te verbeteren én bekender te maken bij zoveel mogelijk mensen. En om een oud visje weer nieuw leven in te blazen. ‘Rotterdam is van oudsher echt een bijzondere plek voor vissen, mooi als het vismotel kan helpen dit weer terug te brengen.’
Mark is gefascineerd door vismigratie, oftewel de reis die vissen afleggen. ‘Veel vissen reizen in hun leven heel wat af. Ze willen hun eitjes op een andere plek leggen dan waar ze in de zomer of winter verblijven. Sommige vissen verblijven ’s winters graag in dieper water omdat dat minder snel bevriest. En in het voorjaar zoeken ze ondiep warmer water op omdat daar meer waterplanten en voedsel zijn. Rotterdam is een bijzondere plek voor vissen. Hier zwemmen heel wat vissen af en aan die tussen zee en rivieren reizen om zich voor te planten, zoals de paling, zalm, zeeforel, fint, elft en driedoornige stekelbaars. Dat zijn de trekvissen.’

Mysterieuze kampioen afstand zwemmen
De paling is overigens echt een kampioen afstand afleggen vertelt Mark: ‘Deze trekvis groeit op in zoet of brak water en plant zich voort in zout water. Hij zwemt vanuit Europa waarschijnlijk helemaal naar de Sargassso zee in Midden-Amerika om te paaien, zo hebben onderzoekers nog niet zo heel lang geleden ontdekt. Als de eitjes zijn uitgekomen, reizen de jonge glasaaltjes weer terug naar Europa. Er is nog niet heel veel over bekend, dus het is best mysterieus.’
Lappendeken van zoet en zout water
Nederland is echt een waterland legt Mark uit: ‘We hebben lang gevochten tegen het water met de aanleg van dijken, sluizen en de Deltawerken. Dat is goed voor de veiligheid, maar daardoor zit het land ‘op slot’ voor de onderwaterwereld. Het is voor trekvissen belangrijk dat ze naar zee kunnen. En dat er een goede lange, overgang is van zoet naar zout water. Een vis kan niet opeens van zoet naar zout water, die moet daaraan wennen. En dat is precies wat Rotterdam heeft, een open verbinding naar zee én een soort lange lappendeken van zoet en zout water. Wel tot ver voorbij de Van Brienenoordbrug! Gelukkig is er nu meer aandacht voor het leefgebied van vissen en is er ook in grote, nieuwe ruimtelijke projecten focus op het onderwaterleven, zoals de Keilehaven en natuurlijk het Getijdenpark Feijenoord.’

Holletjes om te verstoppen
Vissen die opgroeien of een lange afstand afleggen, moeten af toe uit kunnen rusten en eten. Daarom is het vismotel zo belangrijk. Mark: ‘In en rond Rotterdam is door de komst van de haven veel leefgebied van de vis verdwenen. Oevers zijn drooggevallen, kades zijn hard, steil en stenig. Vissen verstoppen zich graag achter waterplanten, stronken, holletjes en gaten. Als ze langs Rotterdam komen, reizen ze in een soort diepe bak zonder schuilplaatsen. Het vismotel biedt ze een schuilplaats en bootst de natuur na. Het is gemaakt van een ruw oppervlak waar snel algen, mosseltjes en watersponzen op kunnen groeien. Dat trekt weer waterdiertjes aan, wat de vissen weer eten. En het zit vol met holletjes waar vissen zich lekker kunnen verstoppen. Met Blauwe Bagger en Urban Reef onderzoeken we komende tijd hoe de vissen de motels gebruiken. En of we ze meer kunnen plaatsen in Rotterdam om het leefgebied te verbeteren.’

Pap wat…? De Rotterdamse papzak!
Mark vindt het ook leuk om in de geschiedenis te neuzen. Zo deed hij een bijzondere ontdekking: ‘Ook onderwater liggen er genoeg verhalen om te vertellen. Van oudsher komen de fint en elft hier veel voor, er werd veel op gevist. We kwamen erachter dat die twee vissen met elkaar kunnen paaien. Vroeger noemden de vissers die kruising ‘papzakken’. En aangezien we deze vooral in Rotterdam zien, heb ik deze omgedoopt tot de Rotterdamse papzak. Een heel bijzonder visje dus! Het lijkt me echt geweldig als we daar een groot 3D-model van kunnen maken en naast het vismotel kunnen zetten, en dat die volledig begroeid bij eb te zien is. Een mooie Rotterdamse mascotte!’