18-09-26
Getijdenpark Feijenoord
Aan boord van de baggerboot
Slib, damwanden en… champagneflessen, welkom aan boord! De aanleg van het Getijdenpark Feijenoord is in volle gang. Maar liefst drie boten sterk doen het werk: een kraanschip, een baggerschip en trek- en duwschip Sientje. Kraanmachinist Johnny en kapitein Reinier vertellen over hun werk. ‘Op het water is geen dag hetzelfde.’
Kijk live mee naar de baggerboot en volg ook de BouwApp voor de laatste updates.
Wat gebeurt er nu eigenlijk op en onder het water? Johnny: ‘Vooral veel baggeren. De bovenste laag van de bodem bestaat uit slib, dat is niet stabiel en verontreinigd dus dat hebben we weggehaald. Daarna hebben we een halve meter schoon zand aangebracht. Dat zand komt uit de zandwinput in de Frisohaven, daar zit schoon zand in wat we goed kunnen gebruiken voor het Getijdenpark. In totaal gaat het om ongeveer 200.000 kuub zand. Een leuk feitje: één greep van de kraan bevat ongeveer 2,2 kuub slib of zand.’
Een paar weken geleden is het ponton van de waterbus en Watertaxi verplaatst. Op de oude locatie gaat ook daar het baggerwerk verder. Door de lage stroomsnelheid ligt hier veel verontreinigd slib. Het vervuilde slib wordt afgevoerd naar een depot in het Hollands Diep waar het veilig wordt opgeslagen. Johnny en zijn collega’s gebruiken verschillende grijpers voor het baggeren. ‘Met de dichte knijper kan het zand goed worden aangebracht zodat het niet door de stroming wordt weggespoeld. En de poliepgrijper pakt stenen van de bodem, deze gebruiken we ook om stenen voor de dammen aan te brengen.’

Op de centimeter
Johnny en Reinier werken voor aannemers Van den Herik Sliedrecht en de Vries Werkendam, die de klus in opdracht van de gemeente Rotterdam uitvoeren. De volgende stap in de werkzaamheden is het plaatsen van de damwanden. Johnny: ‘Dat zijn stalen platen van 24 meter lang en 1,4 meter breed. Die trillen we 15 meter de bodem in. Boven water zie je dan nog 2 meter van de platen. Het plaatsen van de platen is echt centimeterwerk. Om ze op de juiste plek te krijgen, plaatsen we eerst een speciale geleidebalk. Die helpt ons om de damwanden netjes in één lijn te plaatsen. Het lijkt eenvoudig maar we moeten echt op de centimeter nauwkeurig zijn, dat kost best veel tijd. Op iedere plaat zit een damwandslot, die schuiven we in elkaar en zo sluiten ze goed op elkaar aan. Daarna trillen we ze met het rode trilblok de bodem in.’
Steeds in beweging
Als kraanmachinist is precisie essentieel. Met de GPS-systemen en schermen op de kraan ziet Johnny precies waar hij zich bevindt, hoe diep hij moet werken en welke delen al zijn uitgevoerd. Iedere week is er een nieuw peilmoment en worden de gegevens opnieuw gecontroleerd. Op een bewegend schip komt er nog een extra uitdaging bij: ‘Het baggerschip en het ponton met daarop de kraan blijven steeds bewegen door het water. Daarom maak ik steeds kleine correcties om precies op de juiste plek uit te komen.’
Op de foto kraanmachinist Johnny
Voor- en achteruit varen
Duw- en trekschip Sientje heeft een bijzondere rol bij de aanleg van het getijdenpark. Dit schip wordt voor of achter aan een bak of ponton gekoppeld waar bijvoorbeeld de kraan opstaat en kan daardoor zo de bakken of pontons verplaatsen. Kapitein Reinier kan met Sientje voor- en achteruit varen en weet hij hoe hij moet omgaan met verschillende situaties op het water.
Werken op het water zit bij hem in het bloed. ‘Mijn familie werkt ook in de waterbouw, op de basisschool al hield ik mijn eerste spreekbeurt over baggeren. Voor buitenstaanders klinkt ‘kapitein’ al snel alsof je op een enorm containerschip vaart, maar op mijn duw- en trekschip ben ik ook gewoon kapitein! Als ik in het buitenland vertel wat ik doe, zijn mensen vaak verbaasd. Ze verwachten niet dat de rivieren in Nederland zo diep en breed zijn dat je er met een schip in kan varen.’
Ook Johnny zit al zo’n 16 jaar in het vak. ‘Hiervoor werkte ik onder meer met het opruimen van explosieven. Daar weet je vooraf dat je met iets gevaarlijks bezig bent en kun je je daarop voorbereiden. Dit werk wat ik nu doe, vind ik toch iets spannender, ik weet niet wat ik tegen ga komen.’
Werken op het ritme van het water
Op het water is geen dag hetzelfde. De planning is belangrijk, maar de omstandigheden op de Maas blijven bepalend. Reinier: ‘We houden voortdurend rekening met het getij, de stroming en omstandigheden zoals wind. We kijken constant naar afgaand en opkomend water om te bepalen wat het beste moment om te varen, baggeren of slib naar het depot te brengen.’

Goede klik met elkaar
De bemanning van de schepen en kraan is goed op elkaar ingespeeld. Johnny: ‘Eén machinist bedient de kraan, terwijl een matroos hem ondersteunt door aanwijzingen te geven en de touwen los te maken. We blijven tijdens de werkzaamheden aan boord, vaak wel vier of vijf dagen achter elkaar. Onze werkdag begint vroeg, om 5.45 uur sta ik op, om 6.15 uur drink ik koffie en om 6.45 start de motor van de kraan. Je ziet je collega’s vaak meer dan je partner, daarom is het wel belangrijk dat je een goede klik hebt met elkaar. Het grootste voordeel? We hebben geen reistijd!’
Schatten van de bodem
Johnny en Reinier vissen tijdens hun werk regelmatig bijzondere voorwerpen op zoals autobanden, fietsen, winkelwagens, stukken ijzer en zelfs een keer een auto. Reinier: ‘Ik heb een keer twee champagneflessen zonder etiket en met de kruk er nog op gevonden. Ik nam ze aan boord, eentje sprong door de warmte meteen open. De andere heb ik nog niet opgedronken nee, je weet tenslotte nooit helemaal zeker wat er precies in een fles zonder etiket zit!’ Maar waar komt die naam van Reiniers schip, Sientje, toch eigenlijk vandaan? Reinier: ‘Zo heette de vrouw van de vorige eigenaar!’